Onderzoek

Onderzoek mede mogelijk gemaakt door het Netwerk Geboortezorg Noordwest Nederland. 

SWING-studie: Samen leren van de dagelijkse praktijk op weg naar Waardegedreven INtegrale Geboortezorg
Het doel van integrale geboortezorg is kwalitatief goede, continue zorg leveren waarbij cliënten centraal staan, zoals beschreven in de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG). In de geboortezorg zijn hierin grofweg twee visies herkenbaar; het sociale model waarin zwangerschap en geboorte worden gezien als normale levensgebeurtenissen en het medische model waarin de gezondheidsrisico’s van zwangerschap en geboorte leidend zijn in de zorg. Deze visies en de daaruit voortvloeiende waarden kunnen met elkaar op gespannen voet staan.

De SWING-studie is een participatief actieonderzoek (PAR), dat als doel heeft meer inzicht te krijgen in hoe zorgprocessen en afwegingen daarin leiden tot gunstige dan wel ongunstige uitkomsten en ervaren kwaliteit van zorg rond zwangerschap en geboorte. Daartoe analyseren leden van multidisciplinaire intervisiegroepen casuïstiek, met behulp van een aangepaste vorm van de ‘functional resonance analysis method’ (FRAM). Centraal in deze aanpak is dat geleerd wordt van hoe processen in de (zorg)praktijk daadwerkelijk verlopen (work as done), wat vaak anders is dan hoe die in protocollen zijn vastgelegd (work as imagined). Door nauwe samenwerking met moederraden en moedercafés wordt de inbreng van cliënten geïntegreerd bij het selecteren van en reflecteren op casuïstiek en het ontwikkelen van aanbevelingen. Daarnaast gebruiken de leden in het reflectieproces uitkomsten van Perined Insight en vragenlijsten over ervaringen van cliënten en zorgverleners.

Deze inzichten vormen de basis voor een cyclisch leer- en verbeterproces. De SWING-studie beoogt zodoende een leernetwerk van zorgverleners en cliënten op te zetten, voor systematische kwaliteitsverbetering binnen de geboortezorg in twee regio’s (Hoorn en Amsterdam). De opgedane kennis wordt vertaald in een Handboek Multidisciplinaire Intervisie in integrale geboortezorg.

Meer weten?
Neem contact op met Sarah Lips via s.lips@amsterdamumc.nl  of Jolanda Boxem j.boxem@amsterdamumc.nl.

Propellor: PRevention Of PrEterm Labour in LOw Risk women

Locomotive Studie: Gestructureerde overdrachten in de verloskunde

ESPRIT studie: Zorgvuldige invoering van niet-invasieve prenatale testen

PREGEVA studie: Effectieve preconceptiezorg voor vrouwen met lage gezondheidsvaardigheden

Noordwest Nederland op één lijn

Evaluatie van hoge perinatale sterfte in (voormalig) stadsdeel Slotervaart

De app: gezond werken tijdens de zwangerschap

POM project:Preconceptioneel- dragerschaponderzoek Op Maat
Preconceptie dragerschapsscreening biedt dragerparen geïnformeerde reproductieve keuze-opties voordat er sprake is van een zwangerschap. Doel van het project was meer inzicht krijgen in de beste aanpak voor de implementatie van preconceptioneel dragerschapsonderzoek voor specifieke groepen die op basis van herkomst een verhoogd risico hebben op het krijgen van een kind met een ernstige erfelijke ziekte. Hiervoor zijn de mogelijkheden en belemmeringen bij de implementatie van dragerschapsonderzoek in (bestaande) regionale (zorg)settings in kaart gebracht. Het onderzoek richtte zich op vier deelinitiatieven: 1. preconceptiespreekuur Volendam, 2. dragerschapsscreening op ziekten binnen de Ashkenazi Joodse gemeenschap, 3. screeningsaanbod voor Cystic Fibrosis via een ziekenhuis website en 4. screening op hemoglobinopathieën. Ook is een ethische analyse uitgevoerd om na te gaan aan welke voorwaarden een verantwoord aanbod moet voldoen.

Zowel professionals als mensen uit de risicogroepen zijn veelal positief over een populatie-specifiek aanbod. Het blijkt dat bekendheid met de aandoeningen en de dragerschapstesten bijdraagt aan succesvolle implementatie van preconceptioneel dragerschapsonderzoek. Ook ervaren voordelen van screening, acceptatie van reproductieve keuzes, het ervaren risico, en minder ervaren sociale barrières (waaronder stigmatisatie) dragen hier aan bij. Barrières zijn er op drie niveaus: cultuur (o.a. besluiteloosheid rond wenselijkheid), structuur (o.a. gebrek aan infrastructuur en richtlijnen) en praktijk (o.a. afwezigheid van vraag naar screening en onenigheid over verantwoordelijkheid). Populatiebrede (universele) screening op meerdere aandoeningen tegelijk kan een oplossing zijn voor de uitdagingen, maar roept echter ook nieuwe ethische vragen op.
Meer informatie websites: EMGO/APH instituut  en ZonMW

Home HomeOverzicht VSV'sConsortia Inloggen
Ik wil bijdragen:
Sluiten